
Tijd voor leuke mensen

Op 31 maart rolt een ijverige student pas om 10:00 uit zijn bed (08:00 Belgische tijd, daarover hieronder meer). Moedig sleurt hij zich naar de ontbijttafel. Zijn biologische klok staat nog ingesteld op winteruur, dus heeft hij nog geen zin of hongergevoel. Uit gewoonte steekt hij toch maar iets naar binnen. Wanneer hij dan eindelijk begonnen is met het blokken van zijn Franse grammatica, ligt zijn ontbijt zo zwaar op zijn maag dat hij zich niet kan concentreren. Hij blijft langer werken om toch maar iets gedaan te krijgen, stelt zijn wandeling een uur of twee uit, implodeert weer wanneer hij een uurtje gewerkt heeft en is nog klaarwakker wanneer de klok 22:00 aangeeft. Een paar afleveringen van zijn favoriete serie later staan de wijzers op half twee. Hij klapt zachtjes vloekend zijn laptop dicht, wetende dat hij ook de volgende dag weer veel te laat in gang zal schieten.
Dit verhaal zal voor veel studenten heel herkenbaar zijn. Elke West-Europeaan zucht eens diep wanneer de klok verzet wordt, al is het maar omdat hij of zij een uur minder lang zal kunnen slapen. Maar eigenlijk gaat het nog veel dieper dan dat. Mensen zijn echte gewoontebeesten. Ons biologisch ritme zet zich naar onze vaste dagindeling en zorgt ervoor dat we elke dag op koers blijven: wakker worden wanneer we moeten opstaan, eten wanneer we honger krijgen, in een flow raken wanneer we moeten werken en moe worden (oftewel melatonine aanmaken) wanneer we moeten gaan slapen. Alle mensen en dieren hebben zo’n systeem. Het is ook erg gevoelig: een uur verschil kan het helemaal ontregelen, waardoor we ons moe, gedesoriënteerd, verstrooid of gestrest kunnen voelen.
Maar als ons biologisch systeem zo gevoelig is, waarom werken we dan met een tijdssysteem dat ons twee keer per jaar helemaal door de mangel haalt? Waarom is er een winter- en een zomeruur? Dat verhaal begint bij onze oosterburen. Eind negentiende eeuw was Duitsland volop aan het industrialiseren. Het idee ontstond om de klok in de zomer een uur vooruit te zetten. Vijf uur veranderde in zes uur. Op die manier konden arbeiders profiteren van het feit dat het langer licht bleef. Ook de horecasector kon de mensen zo langer op hun terrassen houden.
België had op dat moment zijn eigen tijd, die ik vanaf nu Belgische tijd zal noemen. In tegenstelling tot wat veel mensen zouden denken, ligt België aardrijkskundig gezien in dezelfde tijdzone als het Verenigd Koninkrijk. De Belgische tijd loopt dus gelijk met de wintertijd in Engeland. Tijdens de Eerste Wereldoorlog voerden de Duitsers hun eigen tijd in in het bezette België, dit om de logistiek van de oorlog eenvoudiger te maken. Tijdens het Interbellum schakelden we weer over naar onze eigen tijd, maar na de tweede bezetting door de nazi’s en de naoorlogse afspraak om een gedeelde Europese economische ruimte te maken, besloten we om de tijd in België permanent gelijk te stellen aan die van Duitsland. Sindsdien leven we ’s winters een uur te vroeg (07:00 wordt 08:00) en ’s zomers zelfs twee uur (07:00 wordt 09:00 uur). In de zomer valt ons middaguur daardoor op hetzelfde moment als dat van Sint-Petersburg, in Rusland.
Wanneer je naar buiten kijkt valt dit ook op. Ons middaguur voelt vergeleken met de zon heel vroeg en laat opblijven is quasi deel geworden van de Vlaamse cultuur (onze middernacht is in Belgische tijd slechts 22:00). Voor onze biologische klok is dit desastreus. Iemand die ’s zomers om negen uur op zijn werk moet zijn (07:00 Belgische tijd) moet daarvoor misschien rond zevenen opstaan (05:00 Belgische tijd) en ontbijten terwijl het nog donker is buiten. Ons lichaam is dan nog in slaapmodus. Onze maag en darmen zijn in rust en onze spieren zijn nog stijf van de melatonine. Als we ons dan forceren om te eten en actief te zijn plegen we een inbreuk op ons natuurlijke systeem, wat ons nog verder ontregelt.
Voor onze gezondheid zou het dus beter zijn om weer over te schakelen op Belgische tijd, of toch op z’n allerminst naar permanente wintertijd. Maar toch hebben we dat nog niet gedaan. Erger nog, sinds de Europese Unie heeft beslist dat de lidstaten zelf mogen kiezen of ze permanente zomertijd of permanente wintertijd willen, hebben steeds meer landen gekozen voor permanente zomertijd! De drie meest gebruikte argumenten daarvoor zijn: 1) doe hetzelfde als je buurlanden, zodat handel en internationaal transport gemakkelijker te organiseren zijn; 2) het zou absurd zijn als het uur verandert aan de grens tussen bijvoorbeeld Nederland en Duitsland; en 3) “we kiezen voor zomertijd, want wij zijn leuke mensen”.
Dat laatste argument lijkt een grap, maar ik heb het niet verzonnen. Een Duits politicus heeft dat een aantal jaar terug op een persconferentie letterlijk zo gezegd. Maar zomer- of winteruur heeft niets te maken met een kil of zonnig karakter. Dat de landsgrens een tijdsgrens zou worden is voor Belgen en Nederlanders dan al een moeilijker gegeven. Al onze buurlanden hebben sinds de Tweede Wereldoorlog dezelfde tijd en tussen België en het Verenigd Koninkrijk ligt een zee, waardoor het niet zo intuïtief is dat we dezelfde tijd als de Britten zouden aannemen.
Er zijn nochtans tientallen voorbeelden van buurlanden die een andere tijd hanteren. Soms zijn er binnen grote landen, zoals de Verenigde Staten, al verschillende tijdzones (drie in de VS). Maar ook in West-Europa ontbreekt het niet aan voorbeelden. Tussen Spanje en Portugal loopt niet alleen een taal- en landsgrens, maar ook een tijdsgrens. Portugal hanteert dezelfde tijd als het Verenigd Koninkrijk. Ook Spanje ligt eigenlijk pal ten zuiden van de Britse eilanden, en dus in dezelfde aardrijkskundige tijdzone, maar toch kiest het land voor de gedeelde continentale “Duitse” tijd.
Het eerste argument is objectief het sterkst. De economie, vrijhandel en horeca hebben inderdaad veel baat bij de zomertijd. Het systeem is dan ook voor hen bedacht. Toch moet je je de vraag stellen wat het belangrijkst is: een lichte economische winst of het mentale en fysieke welzijn van de hele bevolking. De menselijke biologie is het minst buigzaam van de twee. Computers kunnen ons met gemak voorrekenen hoe laat bestellingen zullen aankomen, maar de menselijke kost van twee uur te vroeg leven is niet te overzien. Doordat we dat als samenleving al vele jaren zo gewoon zijn, is de toegenomen druk op de volksgezondheid en zorg onzichtbaar geworden.
Het is van vitaal belang om een grondig en goed onderbouwd debat over onze tijd te voeren. We moeten een plan van aanpak hebben. Wat willen we doen met onze tijd? Vinden we het oké dat de economie kan bepalen hoe laat het is? Hoe zouden de tijdzones eruit moeten zien, vanuit economisch standpunt enerzijds en menselijk standpunt anderzijds? Lees je in, denk en debatteer mee, protesteer als het nodig is. Als we de beslissing overlaten aan enkele “leuke mensen”, zullen we ons dat nog vele ochtenden beklagen.
Joshua Lindeboom
Recente reacties